Ode aan het landschap | Beheerder Wytze de Vries

In 2021 brengt de vereniging Noardlike Fryske Wâlden een Ode aan het landschap. In Nationaal landschap Noardlike Fryske Wâlden zorgt het overgrote deel van de bijna 800 leden, boeren en particulieren, voor het behoud van dit bijzondere landschap en de boerenlandvogels. De vereniging brengt dit jaar iedere maand een van deze leden in beeld. Samen met experts wordt in een online artikelenreeks de unieke waarde van het landschap uitgelegd en worden tips gegeven hoe bezoekers dit bijzondere landschap kunnen beleven. 

Deze maand biologisch melkveehouder Wytze de Vries in het kleinschalige elzensingellandschap van Surhuizum. Het bedrijf is een maatschap waarin hij samenwerkt met zijn vrouw Anita en zoon Berend.


Wytze en Anita bij één van de elzensingels


Bedrijf en beheer

Familie De Vries heeft nu zo’n tien jaar biologische melkvee, 85 melkkoeien en daarnaast jongvee. Ook houden ze ook scharrelkippen, hierbij doen ze mee aan het ‘beter leven’ concept. In Surhuizum ligt het bedrijf midden in de coulissen. Het kleinschalige elzensingellandschap is kenmerkend voor deze regio en dat is duidelijk terug te zien op het bedrijf van de Vries. Wytze heeft 13 km elzensingel waarvan 11 km elzensingel in beheer. Hoe is dit zo gekomen?

Geschiedenis

Begin jaren ’90 vragen melkveehouders in de Noardlike Fryske Wâlden zich af of het nog mogelijk is om in het gebied boer te blijven. Er kwamen steeds meer regels rondom ammoniakemissie in verzuringgevoelige gebieden. De voor dit gebied karakteristieke elzensingels en houtwallen vormden door het invoeren van nieuwe regelgeving een belemmering in de bedrijfsvoering. De boeren wilden zich vanuit hun verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving niet tegen de maatregelen verzetten maar op zoek gaan naar een oplossing. “In 1993 zijn we gelijk lid geworden van wat toen nog VANLA was. Eerst werd achterstallig onderhoud hersteld en daarna ging het over in beheersystemen. Door de jaren heen zijn daar steeds meer boeren en andere betrokkenen bij aangehaakt, zo zijn we werkenderwijs gekomen tot waar we nu zijn, iets om trots op te zijn, aldus Wytze.”

Jonge en oude bomen

“In het jaarlijks beheer zijn we wat terughoudend. We snoeien waar dat nodig is maar geven de kruidlaag en de struiklaag in de elzensingels ook de ruimte. De eindkap besteden we uit, daarna wordt een nieuw raster geplaatst op voldoende afstand van het element. De tussenkap (het tussentijds opsnoeien) voeren we graag zelf uit. Zo weten we wat we doen en wat er leeft in de singels en laten we bepaalde soorten staan. Ook laten we sommige ‘oudere singels’ echt oud worden. Noord-zuid singels zijn de dwarse en kortere singels, hier laten we vaak wat oudere bomen staan. Je moet proberen verschillende leeftijden bomen aan te bieden. De ene vogel zit liever in jongere bomen, maar de andere juist in oudere bomen. Zo zie en hoor ik bijvoorbeeld geregeld de grote bonte specht, deze vogel houdt van oudere, hogere bomen. Ook de gekraagde roodstaart heeft voorkeur voor oudere bomen en hebben we hier ook alweer gezien.” Door de afwisselende soorten in de singels zorgt Wytze er voor dat het een goede biotoop is voor verschillende vogels.

“Zo letten we er ook op dat de hele bloeiperiode voldoende afwisselende struiken en bomen zijn. De wilg bloeit bijvoorbeeld al vroeg en is een insectvriendelijke soort, die is belangrijk. Maar ook bramen en brandnetels geven we de ruimte. Zo hebben we hier eigenlijk een bijenhotel van 13 km. De eindkap is voor de vogels en insecten dan misschien even lastig, maar wel belangrijk om het landschap vitaal te houden. Daarom letten we erop dat we de eindkap goed spreiden en dat er af en toe een oude boom blijft staan.”

Snuiftocht

“Als ik in deze tijd van het jaar het land in ga hoor ik veel vogel geluiden, het is genieten als dat weer op gang komt. Zwaluwen zien we hier veel, maar ook de eerste roodstaartjes zijn er alweer. Daar hebben we hier ook nestkastjes voor. En ook de grote bonte specht en Vlaamse gaai zien we hier.” Nog een genietmoment voor Wytze is het moment dat de kamperfoelie bloeit. “Dat is echt één van de mooiste dingen hier. Dat geeft zo’n bijzonder gevoel, die sterke geur die daar vanaf komt. We organiseren dan ook vaak een ‘snuiftocht’ voor onze bekenden. Dan stippelen we zelf een route uit, dat is prachtig.”

Wytze en Anita bij een singel, drie jaar na eindkap

Tips van Wytze

  • Geef de onderlaag in elzensingels de ruimte
  • Laat eens een oude boom staan bij de eindkap
  • Probeer verschillende leeftijden van bomen aan te bieden
  • Let op de bloeitijden van verschillende struiken en planten

Diversiteit in de singel
Een bijdrage van Ernst Oosterveld van onderzoeks- en adviesbureau Altenburg & Wymenga

De vogeltelling
Ernst Oosterveld is onderzoeker bij onderzoeksbureau Altenburg en Wymenga. Al zo’n acht jaar loopt hij rond op onder andere het land van familie De Vries. Er wordt voornamelijk onderzoek gedaan naar het broedgedrag van de gekraagde roodstaart in nestkasten. Hierbij wordt het gebied met houtwallen in en rond Eastermar vergeleken met het gebied met elzensingels rondom Surhuizum. Ook in de singels van Wytze zijn er nestkastjes geplaatst en komt de gekraagde roodstaart voor.

De gekraagde roodstaart
In de afgelopen jaren hebben we een habitat-analyse gedaan en de broedbiologie van de gekraagde roodstaart gevolgd. “We kijken dan naar de kenmerken van de singels en het effect daarvan op de broedvogels.” Het is gebleken dat de gekraagde roodstaart het liefst in de wat oudere bomen in de singels zit, vaak ouder dan 20 jaar. Daarnaast heeft de bedekking van de struiklaag een doorslaggevende betekenis. Met name brandnetels en bramen in de onderlaag en de breedte van de onderlaag zijn belangrijke factoren. Een geschikte leefomgeving voor de gekraagde roodstaat bestaat volgens Oosterveld dan ook uit een combinatie van oudere bomen (ook ouder dan 20 jaar) en een rijke struiklaag. “De vogels kunnen zo nestholten vinden in oude bomen en voldoende voedsel in de struiklaag en in het gebladerte op de grond in en om de singel. “Bij Wytze zien we deze combinatie van oudere bomen en een rijke struiklaag veel. Hij heeft lokaal oude, breed uitgegroeide singels en dubbele singels met veel ondergroei, hij geeft de bramen en brandnetels op veel plaatsten de ruimte en laat oude bomen als overstaanders staan bij de eindkap, belangrijke factoren voor broedvogels, aldus Oosterveld.” Bij het laten staan van oudere bomen kun je volgens Ernst kijken naar plekken waar dat voor jou als boer de minste overlast geeft. “Voor Wytze is dit in de noord-zuid singels, omdat dit in dezelfde richting van de zon is en er daardoor minder schaduw in het grasland komt. Maar dit kan ook zijn langs niet productieve grond, bijvoorbeeld langs een zandpad.”

Vitale singel behouden
Waar het dus om gaat is er dat er diversiteit in leeftijden en samenstelling is in de singels. Laat af en toe een oudere boom staan en zorg voor een rijke struiklaag. Het is belangrijk dat we met z’n allen blijven kijken naar wat nodig is voor een vitale singel, met collectieven, onderzoekers, boeren, etc. Daarbij is de uitdaging om te zoeken naar een goede combi van ecologische kwaliteit en landbouwkundige gebruikswaarde. Een geschikte plek daarvoor is in de singels en houtwallen van Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden, NFW heeft daarmee goud in handen. Want de maatschappelijke vraag naar biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap groeit.