Meer uit Mest, Minder CO2

In dit project willen we een integraal instrument, een masterclasstraject, ontwikkelen en toetsen met twee maal achter elkaar een groep van 10-15 ondernemers. Op basis hiervan gaan we het instrument verder aanscherpen zodat we het breder en ook voor andere groepen agrarische ondernemers kunnen inzetten.

De behoefte bestaat uit kennisopbouw op het gebied van:

  • bodem en bemesting
  • biologie, techniek en digestaat
  • businesscase, milieueffect, wetgeving en omgeving
  • kunstmestvrij boeren

Er wordt gewerkt met koplopers uit Friesland die al met vergisting en mineralenbenutting aan de slag zijn. In de Masterclass brengen diverse experts kennis in, worden een aantal operationele vergisters bezocht en wordt bodem(biologie) en gasopbrengsten vergeleken van veehouders met een vergelijkbare bedrijfsvoering.

Presentaties
Webinar 1: Biologie Techniek en Digestaat
Webinar 2: Bodem en Bemesting

Vraag en Antwoord:
Monovergisting en Reduceren van de Stikstofemissies

Documenten/rapporten:
Perspectieven van co-vergisting voor beperking van emissies van broeikasgassen uit de landbouw in Nederland:
https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/28397
Werking van stikstof uit runderdrijfmest:
https://edepot.wur.nl/19439

Masterclass 1: ‘Biologie, Techniek en Digestaat’

Rendabel verwerken van dierlijke mest weer een stap dichterbij

Op 19 januari vond de eerste digitale masterclass plaats vanuit het project Meer uit Mest, Minder CO2 (Opname onderaan de tekst). Drie experts lichtten toe hoe digestaat uit mest ontstaat, verwerkt, en toegepast wordt.

Leven in een vergister

Eline Keuning van Bioclear earth vertelde hoe verschillende soorten bacteriën in een vergister samenwerken om methaan kunnen produceren. In de pens van een koe vinden dezelfde stappen plaats: maar dan zelfs nog biodiverser. Eigenlijk is een koeienpens dus een supervergister. Eline gaf ook aan dat de wetenschap druk bezig is met het optimaliseren van het vergistingsproces voor monomestvergisting.

Kunstmestvervanger uit dierlijke mest

Sytze Waltje van DLV Advies vertelde meer over lopende projecten in Noord-Nederland waarbij o.a. DLV zoekt naar manieren om een kunstmestvervanger uit dierlijke mest en digestaat te produceren. Strippen, kraken, persen en omgekeerde osmose zijn hier voorbeelden van. De uitdaging is om dierlijke mest om te zetten in een product dat de mineralen op het juiste moment beschikbaar maakt. Met dierlijke mest komt wel eens voor dat een deel van de mineralen pas aan het eind van het groeiseizoen beschikbaar komt, en dus minder goed benut worden. Ook blijft het zoeken naar een rendabele businesscase. Hierbij lijkt een aanpak op regionaal niveau meer kans te hebben dan een aanpak op bedrijfsniveau.

Kunstmestvrije Achterhoek

Kees Kroes vertelde over het project “Kunstmestvrije Achterhoek”. Binnen dit project is voor vier jaar een ontheffing verkregen om uit dierlijke mest herwonnen meststoffen aan te wenden in de kunstmestruimte. Het gaat onder andere om digestaat uit covergiste varkensmest. Wel geldt dat de concentratie mineralen hoger moet liggen dan de eisen voor mineralenconcentraat. Uit dit project blijkt dat een herwonnen meststof nagenoeg dezelfde opbrengst levert als kunstmest: een van de eisen om uit dierlijke mest herwonnen meststoffen goedgekeurd te krijgen door de EU. Wat betreft uitspoeling van mineralen doet de herwonnen meststof het in ieder geval niet slechter dan conventionele kunstmest. Door het project wordt broodnodige kennis opgedaan over opslag, productie, en optimale aanwending. Kees heeft goede hoop dat het binnen twee jaar toegestaan is om uit dierlijke mest gewonnen meststoffen aan te mogen wenden in plaats van kunstmest.

Oplossing voor stikstofproblematiek in de landbouw

Tijdens de einddiscussie werd gevraagd waarom mestvergisting en mestverwerking niet wordt gezien als dé oplossing voor de stikstofproblematiek in de landbouw. De experts gaven aan dat dit zeker kan bijdragen maar dat hier geen eenduidig antwoord op is. Bijvoorbeeld het vergisten van verse mest reduceert dan wel emissie uit de stal, maar organische stikstof wordt in de vergister juist deels omgezet in ammoniakaal stikstof. Bij het strippen en scrubben van digestaat kan dit gebonden worden, maar daarbij moet de landbouwkundige behoefte niet uit het oog worden verloren. Ook kan eenzelfde meststof tot verschillende emissies leiden wanneer het bouwplan en/of de aanwendingsmethode verschillen.

 

Masterclass 2: ‘‘Bodem en Bemesting’’

Nieuwe inzichten over effect van digestaat op de bodem

Op 26 januari vond de tweede masterclass plaats die Noardlike Fryske Wâlden organiseerde in samenwerking met van Hall Larenstein en Bioclear earth (Opname onderaan de tekst). Drie experts spraken over verschillende onderwerpen rondom bodem, bemesting en digestaat.

Bodem is basis onder je bedrijf

Goaitske Iepema (Hogeschool Van Hall Larenstein) vertelde dat de bodem niet altijd de aandacht krijgt die zij verdient. Het grootste kapitaal van een boer ligt besloten in de bodem, en deze bodem is de basis onder het bedrijf. Organische stof (OS) in de bodem houdt water vast en voedt het bodemleven. Digestaat verschilt van drijfmest door een lager gehalte OS, en een hoger gehalte minerale stikstof. Dit betekent dat drijfmest meer doet voor het bodemleven. Digestaat levert door de hogere hoeveelheid minerale stikstof echter sneller voeding voor groei.

De juiste bemestingsstrategie

Dit vraagt om de juiste timing bij het toedienen van digestaat of drijfmest. Wil je écht iets doen voor het bodemleven, dan zijn vaste mest en compost betere opties dan drijfmest of digestaat. Het verschil in OS-gehalte tussen drijfmest en vaste mest is véél groter dan het verschil in OS-gehalte tussen digestaat en drijfmest. De juiste bemestingsstrategie is een samenspel tussen focus op de plant (snelle meststoffen, bijvoorbeeld kunstmest en digestaat) en focus op de bodem (langzame meststoffen met een hoog OS-gehalte, bijvoorbeeld vaste mest of compost). Oud grasland waar de bodemkwaliteit al goed is leent zich bijvoorbeeld beter voor toediening van digestaat dan jong grasland, waar de bodemkwaliteit nog verbeterd kan worden.

Goed rekenen aan de stikstofketen

Jerke de Vries (Van Hall Larenstein) betoogde dat het belangrijk is om de hele stikstofketen in het oog te houden. Verliezen vinden niet alleen plaats tijdens aanwending, maar in de hele keten. Dit feit is van belang wanneer je de stikstofefficiëntie berekent. Getallen over stikstofefficiëntie vliegen je om de oren, terwijl deze op verschillende manieren berekend kunnen worden. Kijk je naar welk deel van het stikstof dat je voert uiteindelijk belandt in je graskuil, of kijk je naar het deel van de stikstof in je bemesting dat uiteindelijk belandt in je graskuil? Voor je getallen gaat vergelijken moet je zeker weten dat deze op dezelfde manier berekend worden.

Wat doet digestaat met de bodem?

In één gram grond zit 1500 kilometer DNA, weet Eline Keuning (Bioclear earth). Steeds meer aandacht gaat uit naar het leven in de bodem, en de vele functies van deze bacteriën en schimmels. Zo zijn er schimmels die mineralen uit de bodem vangen en vervolgens via de wortels aan een plant doorgeven. Eline vergeleek het bodemleven in een perceel bemest met digestaat met het bodemleven in een perceel bemest met drijfmest. In de eerste plaats waren niet meer ziekteverwekkende of methaan-producerende bacteriën in het digestaatperceel te vinden. Wel was tussen de percelen een verschil te zien in welke soorten meer voorkwamen dan de ander, maar er viel niet te concluderen dat één van de percelen hierdoor een meer gunstige samenstelling van het bodemleven had.

 

Dit project is een samenwerkingsverband tussen Provincie Friesland, LTO Noord, Van Hall Larenstein en Vereniging Noardlike Fryske Wâlden.  Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: “Europa investeert in zijn platteland”.

Doel: Melkveehouders die nadenken over verlaging van hun CO2-footprint, mineralenmanagement en monomestvergisting ondersteunen in hun proces om te komen tot een degelijke strategische (investerings)afweging voor hun bedrijf.
Doorlooptijd: 01-08-2018 t/m 31-12-2021
Contactpersoon NFW: Jelle Pilat, themacoördinator M: 06 – 4038 3350 E: jpilat@noardlikefryskewalden.nl

Natuer mei de Mienskip

Water vasthouden op hogere zandgronden

Color Circle

Educatie

Biodiversiteitsmonitor

Bokashi

GLB-pilot ‘Hoe? Zo!’

Vogels en Voorspoed Fryslân

Go Grass

Praktijkproef Opwaardering Drijfmest

Valuta voor Veen

Landschapsherstel LBF

Koeien en Kruiden

Verdienmodellen Natuurinclusieve Landbouw

Fjildlab

Landschapsherstel Centrale As

Energietransitie

Better Wetter

   Terug naar de overzichtpagina