Activiteiten en projecten van de themagroep Natuur en Landschap

Hout_J._Brandsma_5-2007_1Voor de themagroep is de instandhouding van het huidige karakteristieke, kleinschalige landschap van de Noardlike Fryske Wâlden met behoud van de landbouw in het gebied uitgangspunt. Hiervoor is het noodzakelijk dat de nadelen van het kleinschalige landschap voor de landbouw zoveel mogelijk worden gecompenseerd door:

  • Een vergoeding voor het beheer en onderhoud van de elzensingels, de houtwallen (dykswâlen), pingo’s, poelen en dobben en/of
  • Het verwerven van directe aanvullende inkomsten voor het in stand houden van de  landschapselementen.


Belangrijke uitgangspunten voor de themagroep zijn:

  • Behoud betekent niet dat alles in de huidige toestand moet worden gehandhaafd. Aanpassingen moeten mogelijk zijn zolang de wezenlijke kenmerken van het landschap niet worden aangetast.
  • De regelgeving m.b.t. natuur- en landschapsbehoud moet zo eenvoudig mogelijk zijn met sturing op resultaat als leidend principe en een grote mate van zelfsturing vanuit het gebied.
  • Een uniform beleid voor het hele gebied.


Nader uitgewerkt leidt dit tot de volgende onderwerpen voor de themagroep:

  • 1.    Onderhoudsovereenkomsten voor landschapselementen.

Inzet is om zoveel mogelijk landschapselementen in het Nationaal Landschap onder te brengen onder de hiervoor bestaande regeling. De themagroep is van mening dat alle landschapselementen die aan de gestelde voorwaarden voldoen aan de regeling moeten kunnen meedoen omdat hier sprake is van een Nationaal Landschap. Het totaal beschikbare budget is op dit moment niet toereikend. Daar waar mogelijk bepleit de themagroep verhoging van het budget.
Een tweede aandachtspunt bij de onderhoudsovereenkomsten is dat ze zo goed mogelijk moeten worden afgestemd op de situatie in het gebied. Het kan daarom gewenst zijn op bepaalde onderdelen van de landelijke regelingen af te wijken. Dit kan mede mogelijk worden gemaakt met zelfsturing. Het is de taak van de themagroep deze wensen zo helder mogelijk in beeld te brengen en aanpassingen te bepleiten bij de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de regelgeving.

  • 2.    Directe aanvullende inkomsten uit landschapsonderhoud.

Stijgende energieprijzen en de CO2 discussie hebben tot gevolg dat mogelijkheden voor hout uit de landschapselementen als alternatieve energiebron toenemen. De themagroep ondersteunt het project “Energie uit hout” van de themagroep regionale economie. In dit project wordt onderzocht of het hout dat met snoei en kap vrijkomt rendabel kan worden afgezet als houtpellets. Aandachtspunt voor de themagroep Natuur en Landschap is daarbij dat snoei en kap jaarlijks zodanig gespreid over het gebied plaatsvinden dat de kleinschaligheid steeds kan worden beleefd.

  • 3.    Uitwerking ontwikkelingsmogelijkheden.

In het Nationaal Landschap is ontwikkeling mogelijk. Ontwikkelingen dienen zorgvuldig te worden ingepast in het landschap. Inzet is om hiervoor beleidsregels op te stellen die voor het gehele gebied worden gehanteerd. Het bureau Bosch & Slabbers heeft hier de basis voor gelegd met de studie Boer en Landschap. De volgende stap is de uitwerking van een richtlijn die voor het gehele gebied kan worden gehanteerd opdat zoveel mogelijk dezelfde regels worden gehanteerd en de discussie over wat wel en wat niet kan niet steeds weer opnieuw vanaf het begin moet worden gevoerd.

  • 4.    Zelfsturing in het natuur- landschapbeheer.

De vereniging de Noardlike Fryske Wâlden en haar zes agrarische natuurverenigingen hebben de nodige ervaring opgedaan met schouwcommissies. Deze commissies, samengesteld uit mensen uit het gebied, overleggen met de boeren/beheerders over het landschapsonderhoud. De schouwcommissie heeft een adviserende functie. Inzet van de vereniging de NFW is om te komen tot meer zelfsturing, waarbij de schouwcommissies meer taken en bevoegdheden krijgen. Daar moet dan tegenover staan dat de controle door overheidsinstanties hoofdzakelijk wordt beperkt tot controle op de werkzaamheden van de schouwcommissie. (Controle op controle). Hiervoor is certificering van de schouwcommissies nodig en zullen de nodige protocollen moeten worden ontwikkeld.

  • 5.    Less Favourite Area’s (LFA); bergboerenregeling.

De bergboerenregeling was op een vrij grote oppervlakte van de NFW van toepassing. Dit op basis van de kleine schaal van het landschap. Bij de verandering van de regelgeving in het verleden is het kunnen toepassen van de bergboerenregeling gekoppeld aan gebiedsdekkend beheer, zoals botanisch beheer of weidevogelbeheer. In de NFW heeft een groot deel van het beheer betrekking op het landschap en dus niet op gebiedsdekkend beheer en zou daardoor niet meer in aanmerking komen voor de bergboerenregeling. In het toekomstig GLB beleid lijkt het mogelijk dat de koppeling aan gebiedsdekkend beheer komt te vervallen. Inzet vanuit de NFW en de themagroep is de regeling in ieder geval te behouden voor de gebieden die er in het verleden ook gebruik van hebben kunnen maken. Dit is slechts een deel van het gebied dat in de NFW voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de regeling, namelijk het van toepassing zijn van natuurlijke handicaps, in dit geval kleinschaligheid. Inzet is daarom het beschikbare budget daar waar mogelijk te verhogen.

Home Natuur - Landschap Actviteiten en projecten
naar boven

© NFW