Wintervogels op maisakkers in de NFW: vinken en fraters

Door Ernst Oosterveld, Altenburg en Wymenga (ernstoosterveld@online.nl)

 Maïs wordt in Nederland veel verbouwd als voer voor melkkoeien. Bij de oogst blijven er oogstresten achter op de akker. Mijn gedachte was dat die oogstresten in de winter van betekenis zouden kunnen zijn voor wintervogels. Om dit te onderzoeken heb ik tussen Harkema en Augustinusga gedurende vier winters om de twee weken in 8 maisakkers en ter vergelijking 6 percelen grasland de wintervogels geteld.

Zoals verwacht telde ik regelmatig Zwarte kraaien, Houtduiven en Holenduiven op de akkers. Talrijker echter waren vinkachtigen zoals de gewone Vink, Keep en Putter en ook Ringmussen. Tot mijn verrassing foerageerden de vinken en Ringmussen niet op de maisresten, maar op het elzenzaad. In de loop van de winter, als het zaad rijpt, waait het uit de elzen en is het op de kale grond makkelijk te vinden tussen de ingezaaide rogge. Om te onderzoeken of het inderdaad de bereikbaarheid op de kale grond is, telde ik ook de wintervogels op een aantal graslandpercelen, die net als de maisakkers omzoomd worden door elzensingels en wallen. Het gras groeit zo dicht dat het zaad op de bodem voor kleine zangvogels niet of nauwelijks bereikbaar lijkt. En inderdaad telde ik gemiddeld 6-10 keer meer vinkachtigen op maisakkers dan op grasland.

De maisakkers hadden nog een verrassing in petto: Fraters. Hiermee bedoel ik niet de katholieke geestelijken, maar een sijsachtig vogeltje, dat in Europa vrijwel uitsluitend broedt in Noorwegen Als overwinteraar is de Frater in Nederland de laatste 30 jaar sterk afgenomen en komt voornamelijk nog voor op de kwelders in het Waddengebied. Vanwege de achteruitgang staat de soort op de Europese lijst van bedreigde vogelsoorten. In het binnenland van Nederland is de Frater uitermate schaars (zie kaartje). De Fraters bleken gewoontedieren. Ik trof ze alleen op een klein aantal, dezelfde percelen. En anders dan de vinken die steeds in de rand zitten en zorgen dat ze de singels als ‘rugdekking’ hebben, zitten de Fraters uitsluitend midden op het perceel.

De combinatie van akker met singels rondom is belangrijk voor de kleine wintervogels. De elzen geven zaad dat op de kale grond makkelijk bereikbaar is. Bij onraad hebben de vogels de singels als rugdekking. Uit onderzoek bleek al eerder dat de NFW bijzondere biodiversiteit herbergt (A&W-rapport 1724. In singel en wal: biodiversiteit van het coulisselandschap van de Noardlike Fryske Wâlden). Het is denkbaar dat de NFW ook een belangrijk wintergebied is voor kleine zangvogels.

Voor meer informatie over wintervogels op maïsakkers rond Harkema: https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/zoeken-naar-zaadeters-het-fryske-land