Onderzoek alternatief spoor

Doel en opzet onderzoek
Het onderzoek van het alternatief spoor had tot doel aan te tonen dat een bedrijfsvoering met bovengronds uitrijden van drijfmest niet tot een hogere ammoniakemissies hoeft te lijden dan een bedrijfsvoering met emissiearme aanwending.
Voor dit onderzoek hebben 29 bedrijven in de jaren 2006 tot en met 2008 een ontheffing gehad voor de emissiearme aanwending. Voor deze bedrijven golden de volgende in 2008 te bereiken ambities: een kunstmestgift lager dan 100 kgN/ha, een N-overschot lager dan 140 kgN/ha, een winterureumgehalte in de melk lager dan 20 mg/l en een aandeel van organische N in de totale hoeveelheid N in de mest van 57% of hoger.
De ontheffingsbedrijven zijn vergeleken met 29 referentie bedrijven waarvoor de hiervoor vermelde ambities niet golden en de mest emissiearm werd aangewend.

Resultaten
De conclusie van het onderzoek is dat de onderzoeksvragen niet goed beantwoord worden. Daarbij is van doorslaggevend belang dat geen antwoord wordt gegeven op de vraag of met de aangepaste bedrijfsvoering dezelfde emissiereductie wordt gerealiseerd als met de wettelijk voorgeschreven manier van mest uitrijden. Uit alle metingen kan geen compleet beeld van de emissiewaarden worden gehaald.
Op basis van het resultaat van een aantal best presterende ontheffingsbedrijven kan wel worden gesteld dat het bovengronds uitrijden van mest kan resulteren in ammoniakemissie die per ton melk niet of nauwelijks van de emissie van de referentiebedrijven, die emissiearm aanwenden, afwijkt. De best presterende bedrijven zijn bedrijven die voldoen aan strenge eisen zoals de hiervoor vermelde ambities voor de ontheffingsbedrijven en daarnaast de mest op een gunstig tijdstip en in kleinere giften toedienen.

Het volledige eindrapport is te vinden onder Rapport Alternatief Spoor.

Home Landbouw - Milieu - Water Alternatief spoor
naar boven

© NFW